De Jonge Dikkert: òp naar een Michelinster

Bij De Jonge Dikkert kon je altijd al terecht voor een mooie lunch of een goed diner, maar sinds begin september ligt de lat een heel stuk hoger. Met een…

Bij De Jonge Dikkert kon je altijd al terecht voor een mooie lunch of een goed diner, maar sinds begin september ligt de lat een heel stuk hoger. Met een nieuwe chef-kok en een nieuwe maître biedt het restaurant nu echt een geweldige gastronomische beleving en ligt een Michelinster in het verschiet.

Topkoks Ron Blaauw en Julius Jaspers hebben er al gegeten en zijn erg enthousiast, dat zegt wel wat. Alle reden dus om zelf te ervaren wat er veranderd is bij restaurant De Jonge Dikkert. Voorheen ging je er naar toe om even lekker te eten, maar vergeet dat ‘even’ maar.

Natuurlijk kun je er nog steeds twee of drie gangen eten. Maar eigenlijk doe je jezelf tekort. Neem iets meer de tijd en kies voor vijf of zes gangen – het chef’s menu,  simpelweg het beste van de kaart – , want dan ervaar je pas de enorme verfijning van de nieuwe menukaart en de meerdere dimensies van de gerechten. Want dat er van alles veranderd is, dat wordt al snel duidelijk. 

Het heeft alles te maken met de komst van topkok Marcel Bonda, afkomstig uit het  hoofdstedelijke sterrenrestaurant Bord’eau in hotel De L’Europe. Als souschef heeft hij  mede bijgedragen aan het behalen van twee Michelinsterren onder de bezielende leiding van Richard van Oostenbrugge en sinds 2018 onder Bas van Kranen. “Ik was er aan toe om chef te zijn en voor een groep te staan. De Jonge Dikkert is een mooie zaak met enorm veel potentie.”

Signatuur

Bonda is klassiek geschoold, heeft door de jaren heen een eigen signatuur ontwikkeld en houdt vooral van puur koken. “Het begint natuurlijk met het product dat van de beste kwaliteit moet zijn. Vervolgens zijn smaak en garing erg belangrijk en daarna laat je je fantasie erop los.” 

En wat hij hiermee bedoelt, wordt wel duidelijk als hij ‘zijn’ zeebaars serveert. De vis is eerst gestoomd in kombu (een soort wier) en vervolgens langzaam gegaard in kelp, waardoor de mineralen en het zout in het vlees trekken. Van de graten is bouillon getrokken, die als saus wordt geserveerd en door het toegevoegde kokkelwater een mooi zilt karakter krijgt. Aan groenten liggen op het bord zeevenkel, zeesla, broccoli, kokkels en zeekraal in een saus van kikkererwten. Het resultaat is ronduit tongstrelend, erg verfijnd en mooi in balans wat verschillenden smaken betreft. 

Lat hoger

Het bijzondere voorgerecht – Bloemkool Beurre Noisette met Pierre Robert, grapefruit en hazelnoot – , het verrukkelijke dessert Puur Caraibe met karamel, bramen en peccannoot en de verschillende amuses doen je beseffen dat de lat echt veel hoger ligt in De Jonge Dikkert. 

“Met Marcel hebben we de Champions League binnengehaald,” zegt Eugène van Angelbeek trots. Met Arjen Kräwinkel is hij eigenaar van restaurant De Jonge Dikkert.  “Marcel wil alleen met de beste producten werken. Brood en boter maken we nu zelf. Hij brengt vooral een enorme passie en drive mee, dat is heel erg inspirerend voor ons allemaal.”

Minder tannine

Naast Marcel Bonda geeft ook Laurence Reintjens nieuw elan aan het bedieningsteam van het restaurant. De maître-sommelier heeft ervaring opgedaan in het Conservatorium hotel en The Dylan en in restaurant Vermeer, alle in Amsterdam. 

“Ik denk dat ik een frissere stijl meebreng. Je ziet trends naar minder zware wijn, minder tannine en meer fruit, en aandacht voor andere wijnlanden, zoals Duitsland. En jongere gasten hebben vaker een voorkeur voor biologische wijnen en willen vooral weten hoe de wijn gemaakt wordt.” Kortom, de wijnkaart van De Jonge Dikkert is ook flink aan het veranderen en wordt meer eigentijds.

“Wat vooral hetzelfde is gebleven, is het authentieke bedrijf dat De Jonge Dikkert is,” vertelt Van Angelbeek. “Een restaurant waar je in het Nederlands bediend wordt, door personeel dat er echt voor opgeleid is en met enorm veel passie z’n vak uitoefent.” Maitre Paul Leeseman, inmiddels 12,5 jaar werkzaam in De Jonge Dikkert, speelt hier een belangrijke rol in. “Ik ken heel veel vaste gasten en zal ze meenemen in de veranderingen van het restaurant. Niet iedereen zal meteen begrijpen dat alle gerechten op de menukaart nieuw zijn. Ik ben er om dat toe te lichten.”

En nog steeds uniek is natuurlijk de ambiance van de oer-Hollandse zaagmolen uit 1672, waar het restaurant in gevestigd is. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig had De Jonge Dikkert een Michelinster. Als het vernieuwde keukenteam ligt, komt deze heel snel weer terug.

 

Restaurant De Jonge Dikkert
Amsterdamseweg 104a
Amstelveen
T 020 – 64 33 3 33
W www.jongedikkert.nl
P gratis parkeren op eigen, ruime parkeerplaats 

 

Openingstijden:

Lunch maandag t/m vrijdag, keuken geopend van 12.00 tot 15.00 uur

Diner maandag t/m zondag, keuken geopend van 18.00 tot 22.00 uur

 

 

Bijschrift: 

Maître-sommelier Laurence Reintjens, chef-kok Marcel Bonda en maître Paul Leeseman (vlnr) voor de molen uit 1672

 

 

Beeld John ten Boer

Reacties uitgeschakeld voor De Jonge Dikkert: òp naar een Michelinster

#zuidasstories: waar het allemaal ooit begon

Het Mahlerplein is een fototentoonstelling rijker: #zuidasstories. Op de bouwschutting direct naast de uitgang van het station, is sinds 6 december 2019 te zien hoe Zuidas ooit is begonnen.

Het Mahlerplein is een fototentoonstelling rijker: #zuidasstories. Op de bouwschutting direct naast de uitgang van het station, is sinds 6 december 2019 te zien hoe Zuidas ooit is begonnen.

Reacties uitgeschakeld voor #zuidasstories: waar het allemaal ooit begon

Gijsbreght-traditie in ere hersteld

Op dezelfde plek waar 382 jaar geleden de Gijsbreght van Aemstel in première ging wordt het stuk weer opgevoerd door Theater Kwast. Hiermee wordt een mooie traditie in ere hersteld….

Op dezelfde plek waar 382 jaar geleden de Gijsbreght van Aemstel in première ging wordt het stuk weer opgevoerd door Theater Kwast.

Hiermee wordt een mooie traditie in ere hersteld. Tussen 1641 en 1968 werd Joost van den Vondels stuk over de mythische heer van Amsterdam, die op Kerstnacht zijn stad probeert te beschermen tegen Kennemers en Waterlanders, rond nieuwjaarsdag in de stadsschouwburg opgevoerd. Een record waar geen enkele West End-productie aan kan tippen.

Van 3 tot en met 5 januari keert Theater Kwast voor het derde jaar op rij met de Gijsbreght terug. Niet in de Stadsschouwburg aan het Leidseplein, maar in hotel The Dylan aan de Keizersgracht, dat op de plek is gebouwd waar het stuk op 3 januari 1638 in première ging.

Op 3 januari opende de eerste Amsterdamse Schouwburg op de Keizersgracht zijn poorten. Rembrandt van Rijn was er bij en legde in vlugge schetsen enkele scènes vast voor het nageslacht. Schetsen die Theater Kwast later zou gebruiken om de originele kostuums na te maken.

Sinds het begin van de 18e eeuw werd een Gijsbreght-opvoering altijd gevolgd door het ludieke naspel De Bruiloft van Kloris en Roosje, een soort mini-operaatje dat bol stond van de gekke tradities. Ook dat naspel wordt weer opgevoerd. Anno 2020 tekenen Ivo de Wijs en Pieter Niewint voor de Nieuwsjaarswensch waarin 2019 door de mangel zal worden gehaald.

De voorstelling wordt van 3 tot en met 5 januari 2020 gespeeld. Kaarten à  € 32,50 kunnen via www.dylanamsterdam.com of https://store.dylanamsterdam.com/nl/gijsbreght/ worden besteld.

Bij de foto:

De oude schouwburg aan de Amsterdamse Keizersgracht 384, gezien vanaf het toneel, circa 1658

 

Reacties uitgeschakeld voor Gijsbreght-traditie in ere hersteld

‘Zuidas is echt een geweldige omgeving’

  Geboren en getogen in India koos Simmer Madan op haar 24-ste voor Londen om er psychologie te gaan studeren en te gaan werken. Als ze haar huidige man er…

 

Geboren en getogen in India koos Simmer Madan op haar 24-ste voor Londen om er psychologie te gaan studeren en te gaan werken. Als ze haar huidige man er tegenkomt, combineert ze dat met een baan in Denemarken, maar sinds drie jaar woont ze for love in Nederland. “Hier blijven we en nergens anders.”

Afgelopen week was Simmer na negen jaar weer even in Londen. “Ik was helemaal shocked! Ik vond het zoveel drukker geworden, er bleven maar stromen mensen uit de metro komen. In Londen was ik twintig minuten kwijt om alleen al van mijn werk naar de metro te komen. Hier ben ik in twintig minuten thuis!”

Simmer kan sowieso nauwelijks een minpunt opnoemen van het leven in Nederland. “De taal is wel moeilijk, dat wel. Wat heel erg helpt, is om in de krant te lezen wat winkels aan producten verkopen of welke huizen te koop zijn. Dan leer je allerlei alledaagse woorden. En ik winkel vaak bij Bol.com, daardoor weet ik wat douchegel is.”

Veel profijt heeft Simmer gehad, vertelt ze, van de inburgering die ze moest volgen door haar huwelijk met haar tot Nederlander genaturaliseerde man. “Toen ik hier met het openbaar vervoer ging, wist ik meteen hoe ik een OV-chipkaart moest gebruiken. En ook hoe je winkelt bij Albert Heijn, heel erg handig!” 

Open minded

Is het Verenigd Koninkrijk vrij hiërarchisch ingesteld, in Nederland zijn mensen open minded, is de ervaring van Simmer. “Iedereen is makkelijk te benaderen, mensen denken heel erg in oplossingen.” Na haar studie psychologie heeft ze een MBA Business en Finance gedaan en werkt ze sinds een jaar als projectmanager in het Atrium bij een bedrijf op het gebied van financiële dienstverlening. 

“Ik vind de Zuidas echt een geweldige omgeving om te werken. Iedereen is vriendelijk tegen elkaar, kent elkaar vaak ook, en dat biedt veel mogelijkheden. En je merkt dat het supercompetitief is, er zijn veel meer mensen dan banen, het is booming.”  

Heel wat rustiger gaat het toe in Amstelveen, waar ze met haar man woont. “We wilden een huis met een tuin, dat lukte niet in Amsterdam. Ook belangrijk: mijn ouders en schoonouders uit India kunnen hier logeren. Verder zitten we 12 minuten van Schiphol, zijn hier veel restaurants en hebben we veel vrienden in de buurt. Nee hoor, we gaan nergens anders meer wonen.”  

 

photo Oona Makes Pictures 

Reacties uitgeschakeld voor ‘Zuidas is echt een geweldige omgeving’

Heidrick & Struggles: corporate excellence

Heidrick & Struggles, één van de meest prominente en toonaangevende executive search bureaus ter wereld, kwam voor een meer representatieve werkomgeving voor z’n  Amsterdamse kantoor uit op het nieuwe NoMa…

Heidrick & Struggles, één van de meest prominente en toonaangevende executive search bureaus ter wereld, kwam voor een meer representatieve werkomgeving voor z’n  Amsterdamse kantoor uit op het nieuwe NoMa gebouw. En kies je als bedrijf voor een toplocatie op de Zuidas, dan moet het interior design van dezelfde kwaliteit zijn.

De Amsterdamse studio Hollandse Nieuwe tekende voor een interieurontwerp dat aansluit bij de dynamiek en het werkproces van de recruiter. En aangezien Heidrick & Struggles naast executive search ook adviesoplossingen, executive coaching en leiderschapsontwikkelingen aanbiedt, is het belangrijk om meteen een goede indruk te maken in het entreegebied. De entree heeft daarom een warme, uitnodigende en kwalitatieve uitstraling ter verwelkoming van oude en nieuwe klanten, alsook van werknemers en partners. 

Vanwege de hoge bezoekersfrequentie heeft het entreegebied een grote diversiteit aan vergadermogelijkheden, die verschillen in schaal en privacy zodat de klant haar bezoekers op maat kan ontvangen. Een houten ruggengraat geldt als scheidingsmuur om de meer open en ontvangende ruimtes af te scheiden van de meer private en stillere werkplekken. Voor medewerkers biedt het de mogelijkheid om rustig te werken, terwijl er aan de andere kant trainingen gegeven worden. 

Photography Hollandse Nieuwe

Reacties uitgeschakeld voor Heidrick & Struggles: corporate excellence

Suittruck is de kleermaker van de toekomst

Een rijdende winkel die op elk gewenst moment langskomt om klanten een pak, overhemd, jeans of schoenen op maat aan te meten. Thuis of op kantoor, soms zelfs met een…

Een rijdende winkel die op elk gewenst moment langskomt om klanten een pak, overhemd, jeans of schoenen op maat aan te meten. Thuis of op kantoor, soms zelfs met een geavanceerde full-bodyscanner. Klinkt futuristisch? Reizende kleermaker Rutger Vlaming bewijst van niet: met Suittruck zet hij de traditionele maatkledingwereld op zijn kop.

Hij valt op in het straatbeeld: de Suittruck met zijn donkergrijze metallic lak. Achterin zijn vrachtwagen loopt Rutger Vlaming van de espressomachine naar de houten tafel, zet koffie klaar en neemt plaats op een bruinleren bankje. De breedgeschouderde modeondernemer is van oorsprong een sporter, hij heeft op hoog niveau gevoetbald. 

Zeven jaar geleden richtte hij mannenmodemerk Frederik George op, dat ten grondslag ligt aan Suittruck. Zijn missie? Het proces van kleding kopen makkelijker, sneller en efficiënter maken. Hij startte met overhemden en breidde het assortiment snel uit met pakken, jassen, spijkerbroeken en schoenen. Alles op maat. “Mannen houden niet van passen, ze willen iets kopen dat gelijk goed zit.”

Rijdend atelier

Eerder had hij met Frederik George een pop-upstore in Amsterdam, samen met een aantal andere merken. Daar kwam Vlaming tot de conclusie dat het wachten op klanten niet aan hem was besteed. “Liever ga ik naar klanten toe. De moderne zakenman heeft steeds minder tijd om een goede kleermaker te bezoeken. Maar om nu alles in mijn Smart te gooien? Dat leek mij niet zo chique.” 

Op een foodtruckfestival, waar hij langs een sushitruck liep, viel het kwartje. Alleen heeft zo’n ouderwetse foodtruck, hoe romantisch ook, een hoop nadelen. Zo mag je vanwege de uitstoot de stad niet in. Dus kwam hij uit bij een bestelwagenproducent. “Deze uitvoering is speciaal voor Suittruck ontworpen in Polen. Het woord ‘suit’ in de merknaam staat trouwens niet voor ‘pak’ maar voor ‘pas’, want de truck is ingericht als een luxe paskamer.”

Duizend stoffen

Met zijn Suittruck rijdt hij voor bij bedrijven, om medewerkers tijdens kantooruren maatkleding aan te meten. Hij gaat ook bij mensen thuis langs. “Laatst kreeg ik een bijzondere aanvraag. Een aanstaande bruidegom had voor al zijn best men thuis een etentje georganiseerd. Daarna kwam ik langs om iedereen een passend pak aan te meten.” 

Op dit moment rijden er twee Suittrucks rond. In de ene truck werkt hij met een maatserie. “De klant trekt een overhemd of jasje aan en ik speld het handmatig af, zo ontstaat de perfecte pasvorm. Vervolgens heb je keuze uit meer dan duizend stoffen.” Hij slaat een stalenboek open: “Alles is mogelijk: effen, ruiten, strepen of een gewaagd dessin. Ook het type knopen en de voering bepaal je zelf. Aan mij de taak om klanten goed te begeleiden en sturen in dit proces. Meestal komen we binnen een uur tot een ontwerp.”

Revolutionair

De andere truck, die hij de helft van de tijd gebruikt, is uitgerust met een full-bodyscan, vanuit de gedachte dat het opmeten nog makkelijker en secuurder kan. Vlaming legt uit hoe het werkt: “Je stapt in boxershort een soort paskamer binnen, trekt de deur dicht en drukt op een knop. Camera’s rondom maken foto’s en ondertussen projecten beamers een raster op je lichaam. Binnen twee seconden rollen er vervolgens alle maten uit die we nodig hebben. Online zie je jezelf terug als avatar en kun je direct zien hoe het kledingstuk staat. Ook kun je eenvoudig de kleur en stof van het pak veranderen.” 

Deze geavanceerde technologie is nog in ontwikkeling. Vlaming is er volop mee aan het experimenteren. “Ik gebruik de truck met full-bodyscanner telkens twee weken. Daarna ga ik hem finetunen voor de markt. Ook ben ik bezig een koppeling te maken met de webshop.”

Minder textielafval

Suittruck is niet het enige bedrijf dat experimenteert met een full-bodyscan. “Maar ik durf te zeggen dat wij de enige zijn bij wie het werkt. Dat heeft te maken met een aantal geheime toepassingen”, knipoogt Vlaming. De meeste bedrijven gebruiken een bodyscan om klanten te adviseren welke maat zij hebben van een bepaald merk, om het aantal retouren te verminderen. 

“Wij scannen in de eerste plaats voor productie, maar in de toekomst rolt er ook een maattabel uit. Een mooie manier om textielafval tegen te gaan, want geretourneerde artikelen gaan vaak niet meer terug de winkel in. Maatwerk is per definitie duurzaam. We verkopen alleen wat echt gedragen wordt, daardoor produceren we beduidend minder.”

Levchenko als ambassadeur

Het hergebruiken van textiel heeft volgens Vlaming de toekomst. De ondernemer lanceerde recent zelfs een exclusief maatpak gemaakt van honderd procent gerecyclede stoffen: een unicum in de textielwereld. Hiervoor werkt hij samen met de Nederlands-Indische handweverij Khaloom. 

Het eerste pak maakte hij voor Evegeniy Levchenko. De ex-profvoetballer heeft zich als ambassadeur verbonden aan de twee fashion-startups. Afgelopen zomer liet hij zich, te midden van textielafval, fotograferen in het stadion van AFC, in een door hemzelf ontworpen gerecycled pak van Suittruck. Vlaming: “Vandaag wordt duurzaamheid nog gebruikt als marketingtool, maar het moet uiteindelijk de norm worden.”

Olievlekeffect

De modeondernemer steekt zijn ambities niet onder stoelen of banken. Hij wil zo snel mogelijk opschalen met meer soortgelijke trucks voor landelijke dekking. Om vervolgens als een olievlek uit te breiden naar andere Europese landen. Hierbij wil hij gebruik maken van het franchiseprincipe. Binnen afzienbare tijd wil hij ook de Amerikaanse markt aanboren. 

“Het concept past daar goed, want de afstanden in dit land zijn groot. Daarbij zijn de plekken waar mensen zich verzamelen erg geclusterd. Je kunt naar een werkdistrict rijden met veel kantoren, of een collegeterrein. Met Suittruck richt ik mij op vooruitstrevende, modebewuste mannen die weinig tijd hebben en het is mijn missie om hen op een efficiënte manier te bedienen.”

 

Suittruck
T 085 514 6431
E welcome@suittruck.com
W www.suittruck.com

 

 

 

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Suittruck is de kleermaker van de toekomst

Van der Valk Hotel op de Zuidas

Aan de oostelijke kans van de Amsterdamse Zuidas, nabij de RAI, wordt gebouwd aan een nieuw Van der Valk Hotel met een hoogte van maar liefst 55 meter. Het veertien…

Aan de oostelijke kans van de Amsterdamse Zuidas, nabij de RAI, wordt gebouwd aan een nieuw Van der Valk Hotel met een hoogte van maar liefst 55 meter. Het veertien verdiepingen tellende gebouw wordt voorzien van 245 hotelkamers, een café, meerdere restaurants, congresfaciliteiten en een welnesscentrum.

Reacties uitgeschakeld voor Van der Valk Hotel op de Zuidas

Epicenter: voor een professionele werkplek

Onder het dak van Epicenter werkt een community van start-ups, scale-ups en gevestigde bedrijven samen door elkaar te inspireren en van elkaar te leren, met snellere innovatie en groei als…

Onder het dak van Epicenter werkt een community van start-ups, scale-ups en gevestigde bedrijven samen door elkaar te inspireren en van elkaar te leren, met snellere innovatie en groei als gevolg. Ruim een jaar na de opening vragen we ons af hoe het werkelijk is om hier te werken. Wat brengt dit ‘digital innovation house’ de bedrijven concreet? Vier members over de meerwaarde van Epicenter.

“De eerste keer dat ik hier binnenliep, was de verf nog nat. Maar het voelde al als de lobby van een vijfsterrenhotel. We besloten ter plekke dat we hier wilden zitten”, herinnert David Kat zich over zijn kennismaking met Epicenter. Hij was op zoek naar een werkplek omdat hij drie maanden eerder met een compagnon was begonnen om de in Israël opgezette startup Wasteless in Nederland te laten slagen. 

“Deze locatie is perfect: dicht bij Schiphol en aan de binnenkant van de ring. Met een leenfiets sta je vanaf hier binnen 10 minuten in de binnenstad. En het gebouw is enorm duurzaam. Wasteless biedt supermarkten, door middel van kunstmatige intelligentie, dynamische prijzen voor hun producten. Via digitale prijskaartjes geeft het een slimme prijsprikkel op het product met de kortste houdbaarheid. Zo kan de 500 miljoen euro aan goede producten die supermarkten in Nederland jaarlijks weggooien, omgezet worden in winst. Doordat die producten niet op de vuilnisbelt belanden, vermindert de CO2-uitstoot. Wij brengen onze klanten winstgevende duurzaamheid, dan klopt het natuurlijk wel als je zelf in een duurzaam en slim pand zit.”

Zitkuil

Zoals veel anderen, begon David in de open ruimte. Hij en zijn compagnon werkten vanuit de zitkuil, met als groot voordeel dat hij allerlei interessante mensen ontmoette. Inmiddels is Wasteless – met een team van vier personen en vaak bezoek van internationale collega’s – doorgegroeid naar een studio. 

De flexibele mogelijkheden op dat gebied zijn voor veel members een enorm pluspunt, vertelt ook Michel Spruijt van Brain Corp Europe. “Wij kijken steeds 90 dagen vooruit en sturen waar nodig de koers bij voor Brain Corp Europe. Nu zit ik hier alleen, maar aan het einde van dit jaar zouden we zomaar met twaalf mensen kunnen zijn”, vertelt hij. In juli begon Michel met het opzetten van de Europese tak van het Amerikaanse bedrijf, dat software ontwikkelt voor machines die autonoom navigeren in publieke ruimten, zoals schoonmaakrobots. 

Flexibiliteit

“De ontwikkelingen gaan hard en we zijn constant aan het bijstellen. Snelheid is geboden, omdat wij de Microsoft van het autonoom navigeren en robotics willen zijn. Als ik morgen extra mensen heb, sluit ik voor hen een abonnement af en kunnen ze beginnen. Die flexibiliteit heb ik nodig.”

Voor Antler, een startup generator en venture capital fonds dat wereldwijd de missie heeft om gedreven mensen zo te helpen dat er baanbrekende bedrijven ontstaan, is de schaalbaarheid zelfs een vereiste voor de werkwijze, vertelt Kim Oreskovic. “Ons basisteam bestaat uit 11 mensen, waarvoor we een meeting room huren en de open co-working space gebruiken. Als er een programma begint, werken er twee maanden lang 100 mensen extra. In die tijd helpen we ze om teams te vormen en hun business vanaf nul op te bouwen.”

Positieve vibe

“Deze teams pitchen voor het Antler investment comité en vervolgens blijven er ongeveer 40 founders nog drie maanden in Epicenter werken voor het vervolgtraject. Dat past hier, omdat er veel open ruimte is en er zijn besloten ruimtes van verschillende groottes. Wat extra fijn is, is de positieve en creatieve vibe die hier hangt. Er is veel plek voor ontmoeting, maar tegelijkertijd is de akoestiek zo goed dat toch overal een goed gesprek kunt hebben zonder dat anderen het horen.”

Opschalen zonder rompslomp is ook een van de voordelen die Katinka de Korte van DEARhealth noemt. “We begonnen drie maanden geleden met vier, nu zijn we met vijftien en voor de Kerst zouden we met 25 mensen moeten zijn”, verklaart ze haar nood aan flexibiliteit. Maar ook de internationale vestigingen van Epicenter zijn voor haar een groot pluspunt. 

“DEARhealth is een digitaal platform dat alle zorgverleners van een patiënt en de patient zelf aan elkaar koppelt. Daarnaast stelt het door middel van Artificial Intelligence het meest accurate zorgpad voor de patiënt voor, onder andere door de patiënt weg te navigeren van te voorspellen risico’s. Zo krijgen medische teams ondersteuning in het nemen van behandelbeslissingen, is de patiënt gezonder en zijn de zorgkosten lager”, legt Katinka uit. Na de ontwikkeling door een team van medisch specialisten in Amerika is DEARhealth, gesteund door investeerders, de komende twee jaar bezig met schalen in de US en het starten van implementaties in Europa.  

Epicenter Stockholm

“Deze zomer zijn we gestart in Nederlandse en Belgische ziekenhuizen, vervolgens staat Zweden hoog op het wensenlijstje, vanwege het innovatieve nationale zorgsysteem. Toen ik dat vertelde tegen de medewerkers van Epicenter, ben ik gelinkt aan de vestiging daar. Dat heeft me enorm geholpen, er werd een hele kaartenbak opengetrokken, ik werd voorgesteld en gelinkt. Ook ben ik meegeweest op een visit van Epicenter Amsterdam naar Epicenter Stockholm, waar start-ups uit beide landen pitches aan elkaar gaven. Het is uniek van Epicenter is dat ze je deze kansen geven. Het team kent alle members persoonlijk, ze weten wat je ambitie is en komen heel vaak met de vraag: heb je iets aan deze connectie? Dat helpt je echt verder.”

Ook David Kat is erg blij met het team. “Ik vind het heel leuk dat ze niet alleen ontzettend aardig en professioneel zijn, maar ook met je meedenken. Als er gasten binnenkomen, worden ze op een aardige en betrokken manier ontvangen, dat schept vertrouwen.” Michel Spruijt voegt daar nog aan toe dat dat de sfeer in het gebouw en onderling nog beter maakt. “Het is hier altijd druk op een goede manier, het buzzt.” 

Douwe Dirks, manager van Epicenter Amsterdam, is blij dat Epicenter een aantrekkelijke partner blijkt voor zo veel bedrijven. “Innoveren en groeien gaat een stuk gemakkelijker als je onderdeel uitmaakt van de juiste community. Wij zijn die community die er alles aan doet om de mensen te koppelen, aan elkaar en aan kennis. Zo bouwen we graag aan een sterker Amsterdam waar lokale bedrijven kunnen leren en nieuwe digitale kansen ontstaan en groeien.” 

 

Epicenter Amsterdam biedt: 

Knowledge Memberships
Flex Memberships
Community Events
Office spaces
Top-of-the-line event spaces
Vergadermogelijkheden 
Innovation Labs & Digital Safaris
Hackathons & Ideathons
Management Days

 

Epicenter Amsterdam
Fred. Roeskestraat 115
Amsterdam

W www.epicenteramsterdam.com

 

Reacties uitgeschakeld voor Epicenter: voor een professionele werkplek

VU, hofleverancier van financiële top

Lag in de studententijd van de 41-jarige Aimée Geerts de Vrije Universiteit nog in een redelijk stil en afgelegen deel van Amsterdam, tegenwoordig is de VU het academisch epicentrum van…

Lag in de studententijd van de 41-jarige Aimée Geerts de Vrije Universiteit nog in een redelijk stil en afgelegen deel van Amsterdam, tegenwoordig is de VU het academisch epicentrum van de Zuidas. Omringd door de grootste spelers in het bedrijfsleven vindt tussen de universiteit en de Zuidas een constante wisselwerking plaats.

“Eigenlijk kun je wel zeggen dat ik vanuit mijn bureaustoel bij Commerzbank de Zuidas heb zien groeien.” Aimée werkt sinds 2006 op de Zuidas en is Assistant to the Country CEO in the Netherlands, een controllersfunctie bij de Duitse bank. Liep ze eerst dagelijks het  Atriumgebouw binnen, sinds drie jaar is Commerzbank gevestigd in de Viñoly toren, het gebouw met de geveltrap op de buitenkant.

“Na mijn studie Internationale Bedrijfskunde aan de Universiteit Maastricht ben ik als assistent van de Country CEO aan de slag gegaan bij Commerzbank. Vanaf dag één voelde ik me daar helemaal op mijn plek, maar miste iets meer focus. Bedrijfskunde is toch een generalistische opleiding. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een studie die zou passen bij mijn functie en die voor verdieping zou zorgen.”

Perfecte plek

“In mijn zoektocht naar de juiste postdoctorale scholing kwam ik terecht bij de Vrije Universiteit. Hier heb ik twee jaar lang, één dag in de week, de opleiding Executive Master in Finance & Control (EMFC), ofwel in het Nederlands Register Controllersopleiding gevolgd. Dit leek me de perfecte plek. Al tijdens het kennismakingsgesprek werkten de gedrevenheid en het enthousiasme van een van de docenten aanstekelijk.”

“Ook Commerzbank stond volledig achter mijn keuze. Logisch: de Register Controllersopleiding van de Vrije Universiteit is als de eerste controllersopleiding in Nederland de ‘hofleverancier’ van de financiële top van het bedrijfsleven en toonaangevend voor de ontwikkeling van het beroepenveld.”

Het feit dat Aimée pal naast het opleidingsinstituut werkte en de VU toonaangevend is als het gaat om de opleiding tot Register Controller, gaf de doorslag om voor deze locatie te kiezen. Van 2011 tot 2013 zat Aimée elke vrijdag weer in de collegezalen. 

Verrijking

“We zaten toentertijd midden in de financiële crisis, maar mijn klas zat vol. De studie bleek een enorme verrijking. Alleen al om het feit dat je reflectie op je alledaagse werkpraktijk hebt. Je duikt met elkaar weer de boeken in en je studeert samen met mensen die allemaal al werkervaring hebben. Zo leer je van elkaar.”

“In groepjes van vier werkten we aan business cases. In mijn groepje zaten mensen uit de luchtvaartsector, de bancaire sector, uit de zorg en verzekeringssector. Vanaf het kick-off weekend studeerden we met elkaar. Ieder van ons had zijn eigen expertise, zeer leerzaam. En natuurlijk werden we door de docenten gechallenged.” 

Diversiteit aan vakken

Sinds haar opleiding tot Registercontroller mag Aimée de titel RC voeren. “Een mooie titel, maar mij gaat het meer om wat de scholing mij heeft gebracht. Door de diversiteit aan vakken, finance, reporting, strategie, corporate en tax law, kan ik nu efficiënter schakelen met de verschillende disciplines binnen de bank. Al met al heb ik geen moment spijt van deze opleiding gehad.”

Als alumna heeft Aimée, met haar werk en universiteit dicht bijeen, haar draai helemaal gevonden op de Zuidas. Twee kinderen en een verhuizing naar Naarden verder, heeft ze ‘The Apple of Amsterdam’ groot zien worden. Kon ze vroeger alleen bij de Blauwe Engel terecht voor een hapje en drankje, tegenwoordig heeft ze keuze te over. “Naarden noem ik de achtertuin van Amsterdam. Met mijn bakfiets breng ik mijn kindjes naar school en sta in 30 minuten met de trein hier op de Zuidas. Zo voel ik me toch nog een beetje een Amsterdammer.”

Alumnivereneniging

In het vakgebied van Aimée moet je constant bijscholing genieten. Daarom wordt er voor de leden van de alumnivereniging door het jaar heen activiteiten georganiseerd. Op deze avonden zijn vrijwel altijd twee docenten aanwezig. “Dat zijn informatieve avonden. Je ziet de ex-studenten terug en het weerzien van de docenten is ook fijn. Zo heb ik nog altijd contact met Bert Steens, sinds 2000 fulltime hoogleraar aan de VU. Mocht ik ergens mee zitten, dan kan ik altijd met mijn vraag terecht bij Bert.”

Bert Steens is sinds 2000 als hoogleraar verbonden aan de VU. Bert: “We hebben een mooie, actieve community van alumni en daar zijn we trots op. We zien nog geregeld oud-studenten zoals Aimée. Dat is denk ik te danken aan de goede band die is opgebouwd tijdens de opleiding en ook aan onze locatie. We bevinden ons hier centraal op de Zuidas, waar veel financials werken. Hier is veel reuring en traffic en de bereikbaarheid met openbaar en eigen vervoer is prima. De VU had niet op een betere plek kunnen zitten. Studenten die op de Zuidas werken, kunnen tijdens de lunchpauze gemakkelijk even langskomen voor vragen of om iets af te stemmen.”

Executive Education

Senior financials vinden ook hun weg naar de VU voor leergangen en masterclasses. “Naast onze Controllersopleiding kunnen professionals hun vakgebied bijhouden door deel te nemen aan onze Executive Education opleidingen, waaronder leergangen op het vlak van Business Analytics.”

In het voorjaar van 2020 start een nieuwe opleiding van de VU in samenwerking met andere universiteiten in het buitenland: de International Executive MBA in Finance & Control.  

“Deze opleiding is bedoeld voor ervaren business professionals die binnen afzienbare tijd een rol als financial op senior managementniveau of bestuurlijk niveau ambiëren, zoals een positie als financieel directeur of CFO. Het is een executive MBA-programma waarbij de focus ligt op general management en Finance & Control en vooral ook de uitdagingen die de combinatie van beide disciplines met zich meebrengt.”

 

 

Vrije Universiteit Amsterdam
School of Business and Economics
W www.sbe.vu.nl/nl/

 

photo Aimée Geerts by Katja Mali

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor VU, hofleverancier van financiële top

‘Niemand is geïnteresseerd in mij, gasten komen voor een beleving’

Roberto Payer behoort tot de beste hoteliers ter wereld, een prestatie van formaat. Hij heeft niet alleen het Hilton Hotel in Amsterdam op de kaart gezet, maar realiseerde vijf jaar…

Roberto Payer behoort tot de beste hoteliers ter wereld, een prestatie van formaat. Hij heeft niet alleen het Hilton Hotel in Amsterdam op de kaart gezet, maar realiseerde vijf jaar geleden ook nog eens het Waldorf Astoria aan de Herengracht en runt sindsdien beide hotels.

Is er een Italiaan die meer verknocht is aan Amsterdam dan Roberto Payer, de general manager van zowel Hilton Hotel als Waldorf Astoria? Daar is weinig kans op. “Ik heb alles gevonden in Amsterdam. Het is de stad die mij gelukkig heeft gemaakt. In Amsterdam heb ik de liefde gevonden. Of ik ooit terug ga naar Italië? Ik wil begraven worden in Amsterdam!”

Roberto Payer (69) is net terug uit Toscane, waar hij een huis heeft. Italië mag dan het land zijn waar hij geboren is, gemijmer over de geweldige keuken, over de heerlijke wijnen of over het hechte familieleven komt niet over zijn lippen. Hij heeft op zijn negentiende voor Amsterdam gekozen en terug naar Italië hoeft Payer echt niet. “Nee, dat ben ik zeker niet van plan.”

Uitdaging

De vraag over teruggaan naar Italië is niet zo gek: Payer loopt tegen de zeventig en alle grote uitdagingen die op zijn pad kwamen, is hij ook aangegaan. Tegelijkertijd: er komt altijd weer een andere uitdaging. Zoals het afronden van de derde restyling van het Hilton Hotel, sinds hij er in 1992 general manager van werd. “Dit jaar volgt nog de lounge, dan is alles klaar.” 

Of het Waldorf Astoria aan de Herengracht, dat in 2014 opende. “Na zo’n opening kun je stoppen, ja, maar dat vond ik niet fair. Ik wilde ook laten zien dat het vervolgens goed kan draaien, dus ben ik gebleven. En nu gaat in 2021 het Rosewood Hotel in Amsterdam open en ben ik heel benieuwd hoe dat zich verhoudt tot het Waldorf. Dat is mijn grote probleem: er komt altijd weer wat langs. Wanneer moet je stoppen?”

Beste hotelier

Vlak na dit interview vertrekt Payer naar Las Vegas om de verkiezing van de beste hotelier ter wereld bij te wonen. Op uitnodiging van Virtuoso, een netwerk van 1.000 reisbureaus waar 17.500 adviseurs in 35 landen goed zijn voor een omzet van 23,7 miljard dollar in luxe reizen, woont hij het event bij waar tevens het beste hotel wordt gekozen. Uit Amsterdam zijn er behalve Waldorf Astoria ook het Amstel, De L’Europe, The Grand, het Conservatorium Hotel en het Pulitzer vertegenwoordigd. 

“Ik verblijf er drie dagen en heb iedere dag 80 afspraken, plus lunches, aperitief en (gala)diners. Dat is echt hard, maar leuk, werken. Het belangrijkste voor mij is de verkiezing van het beste hotel ter wereld. The best of the best. Dat zou de kroon op mijn carrière zijn. Het Waldorf behoorde al eerder tot de beste vijf; dat is wel leuk, maar niet goed genoeg. Ik ben er een paar weken ziek van geweest. Ik kan totaal niet tegen verliezen, ik wil winnen! Als een gast zegt dat hij het hotel niet goed vindt, kan ik er niet van slapen.” 

Beste vijf hotels

Inmiddels behoort het Waldorf wederom tot de beste vijf hotels van de wereld, maar veel effect op wat hij verder gaat doen, zal het niet hebben. Hij houdt gewoon veel te veel van zijn werk en van Amsterdam om er mee op te houden. Op zijn negentiende kiest hij na de hotelschool in Italië bewust voor Nederland; sinds zijn achtste droomt hij ervan om ooit directeur van een hotel te worden. 

“Ik heb alleen maar leuke dingen in Amsterdam meegemaakt. Toen ik hier kwam in 1969, woonde ik in de Jordaan en kende er de groenteman, de garnalenpelster, de poelier, ik was er kind aan huis. De Jordanezen waren dol op Italianen. Het was fantastisch!”

Culturele opvoeding

Klassieke muziek leert hij kennen door dirigent Bernard Haitink – ‘hij heeft mijn ogen geopend, vooral voor de muziek van Mahler en Bruckner’ –, in het Concertgebouw is hij kind aan huis. Beeldende kunst neemt Payer tot zich in het Stedelijk Museum. “In de jaren zeventig was het Stedelijk voor mij de basis voor mijn culturele opvoeding. Ik was er iedere zondagmiddag te vinden. Nog steeds geldt voor mij dat ik niet kan leven zonder het Concertgebouw, zonder de opera en zonder mijn drie musea: het Rijks, het Van Gogh en het Stedelijk.”

Amsterdam mag Payer dan veel gegeven hebben, hij geeft zelf ook veel terug. De Haringparty in de tuin van het Hilton bijvoorbeeld, elk jaar weer een enorm succes en zijn eigen idee. Of het Tulp Festival, waar hij voorzitter van is. Dan is hij verder nog president-commissaris van kunstbeurs PAN en voorzitter van het Chocoladefestival, benevens diverse andere bestuursfuncties, waaronder bij hotelopleidingen. “Ik heb een relatie en die geeft mij de ruimte om te doen wat ik belangrijk vind; ik vind dat ik iets moet terugdoen voor de gemeenschap.”

Overtuigen

Hij heeft ook een belangrijk aandeel gehad in de komst van het Waldorf Astoria in de stad. Het Hiltonconcern, waar het topluxe hotel onderdeel van is, zag Amsterdam aanvankelijk niet zitten. Payer heeft hen weten te overtuigen. Glunderend: “Het is er door mij gekomen.” 

Het heeft er toe geleid dat welgestelde reizigers eerder Amsterdam aandoen en de gemiddelde luxurygast besteedt al snel vijf- tot tienduizend euro binnen drie dagen. “Dat geven wij ook terug aan Amsterdam.” Lady Gaga, koning Mohammed van Marokko, Keith Richards, Michelle Obama en Leonardo Dicaprio verbleven er, al hoor je dit uiteraard niet uit zijn mond.

Niet consequent

Payer mag dol zijn op Amsterdam, kritiek op zijn stad schuwt hij zeker niet. Al jaren betoogt hij dat Amsterdam een wethouder toerisme zou moeten hebben. “Er gaat 240 miljard euro in het toerisme om en er is niemand die hier echt op stuurt!” En er is meer dat hem dwars zit. “De stad heeft AirBnB toegelaten, maar over de consequenties heeft niemand nagedacht. Amsterdam telt meer dan een miljoen fietsen en die kosten de stad aan weghalen en zo, heel veel geld; laat iedere fietser een tientje betalen en doe hier mooie dingen mee voor de stad. Het ontbreekt aan consequent beleid.” 

Maar voor alles is Payer hotelier in hart en nieren. “Een hotel staat of valt met de sfeer die je creëert. Waarom zijn gasten bereid om 1.200 euro of meer te betalen voor een overnachting in het Waldorf Astoria? Ze komen voor een geweldige ervaring en voor de enorme service. Alles moet kloppen. Ik heb een script, waardoor iedere medewerker precies weet wat er moet gebeuren vanaf het moment dat een gast arriveert in het hotel, tot aan het moment dat hij naar de kamer gaat. Dat is de ultieme service.” 

Vreselijk boos

En voor minder doet het Payer het ook niet. “Ik kan vreselijk boos worden als de portier niet goed opgesteld staat naast de auto van een gast die arriveert. Doe je de deur open, dan sta je rechts; vervolgens laat je de deur los en ga je aan de linker kant staan en houd je je arm tegen de boog van de ingang, om te voorkomen dat de gast z’n hoofd stoot. Gebeurt dat niet, dan spreek ik die medewerker er meteen op aan, en ik wacht niet tot morgenochtend, nee.”

Om dit hoge serviceniveau te realiseren beschikt het Waldorf over 200 medewerkers voor 93 kamers. Ter vergelijk: het Hilton telt 220 medewerkers voor 271 kamers. “Het Hilton is meer een zakelijk hotel, de Zuidas is de kern van onze business.” Elk hotel heeft een andere sfeer. “Ik houd erg van stijl. Ik ben niet geïnteresseerd in trends, die volg ik niet, die gaan dood. Ze duren maximaal 6 of 9 maanden, dan is het over. Restaurant Roberto’s (klassiek Italiaans restaurant in het Hilton hotel-red) bestaat 25 jaar, hoeveel restaurants in Amsterdam kunnen dat zeggen?”

Puur eten

Je zult Payer sowieso niet snel aantreffen in een ander type restaurant. “Ik wil puur eten en niet dat ermee gespeeld wordt. Probeer maar te koken, dat is al moeilijk genoeg. Er zijn niet zoveel koks als onze twee-Michelinsterrenchef Sidney Schutte die echt fantastisch kunnen koken. Ik wil gewoon lekker eten; poespas op het bord interesseert mij niet. Ik ben gek op lever met spek en uitjes, dat eet ik bij Myrabelle (eet- en drinkcafé in Amsterdam-red).” 

Pretenties zijn hem vreemd, zegt hij zelf. “Niemand is geïnteresseerd in mij. Gasten komen voor een beleving. En als directeur ben je in principe niks. Je team bepaalt ieder moment van de dag wie je bent.” Als een echte Italiaanse familie eet het personeel in het Waldorf iedere dag aan één hele grote tafel. “Ik ga zitten waar een plek vrij is en dat kan naast de bordenwasser zijn of het kamermeisje. Die relatie onderhouden vind ik heel erg belangrijk. Ik kan alles tegen hun zeggen, maar tegelijkertijd: kom niet aan mijn team. Dan wordt Roberto Payer een hele vervelende man.”

 

  

 

 

photo Janiek Dam

 

Reacties uitgeschakeld voor ‘Niemand is geïnteresseerd in mij, gasten komen voor een beleving’

Over ZUIDAS. magazine

Typ hieronder je zoekterm en druk op Enter om te zoeken