Auteur: Eduard Herkes

Vijf bibliotheken als inspiratie voor Zuidas

In 2025 gaan de deuren open van de nieuwe openbare bibliotheek op de Zuidas, ‘OBA NEXT’. Ingericht op de toekomst van kennis en informatie moet de vestiging vooral ook een…

In 2025 gaan de deuren open van de nieuwe openbare bibliotheek op de Zuidas, ‘OBA NEXT’. Ingericht op de toekomst van kennis en informatie moet de vestiging vooral ook een cultureel en maatschappelijk hart van de Zuidas worden. Alleen al in Europa zijn vijf bijzondere bibliotheken te vinden, die ter inspiratie kunnen dienen voor OBA NEXT. 

Helsinki

De gloednieuwe centrale bibliotheek van Oodi in Helsinki, die eind 2018 werd geopend,  is meer dan alleen een bibliotheek. Je kunt het al zien aan de futuristische architectuur, waardoor het gebouw er vanuit sommige hoeken uitziet als een golfslag en vanuit andere als een echt schip. De imposante drie verdiepingen tellende structuur is volledig gemaakt van glas en hout en is niet alleen een meesterwerk van Finse architectuur, maar ook ecologisch verantwoord.

Stuttgart

De nieuwe stadsbibliotheek am Mailänder Platz in Stuttgart is geopend in 2011 en ontworpen door de Koreaanse architect Eun Young Yi. Het gebouw is opgebouwd uit negen niveaus en vier verdiepingen. Het belangrijkste kenmerk is de moderne en minimalistische stijl van binnen, met een witte kleur die het interieur doordringt. De symmetrische entree en wenteltrap, met een oppervlakte van 20.200 m², bieden vanuit alle hoeken zicht op het interieur.  

Wenen

Veel mensen kennen de prachtige nationale bibliotheek van Wenen, met zijn barokke stijl en majestueuze kamers. Op de universiteitscampus, op een steenworp afstand van de Donau, staat dit futuristische gebouw, de bibliotheek van de Universiteit van Economie en Business. Het dateert uit 1898; na een brandstichting in 2005, waarbij een deel van de bibliotheek werd verwoest, heeft het atelier van Zaha Hadid Architects het gebouw gerenoveerd. 

Kopenhagen

De koninklijke bibliotheek van Kopenhagen, ook bekend als de ‘zwarte diamant’, is een echt neo-modern juweel, gelegen in het historische centrum, met uitzicht op de zeestraat van Øresund. Het is gebouwd in 1999 en een uitbreiding van de oude bibliotheek. Het is één van de belangrijkste gebouwen in de stad. De zwarte kubus betovert aan de buitenkant met zijn schuine lijnen, glanzend zwarte graniet en glazen  oppervlak, terwijl het aan de binnenkant verleidt met zijn kronkelige lijnen, brede ruimtes en roltrappen. Op het terras kunnen maar liefst 600 personen vertoeven, tijdens concerten of toneelstukken.

Warschau

De universiteitsbibliotheek van Warschau bevindt zich in het hart van de stad en werd gebouwd in 1816. De nieuwe bibliotheek is modern en kleurrijk. Het heeft ook een terras met vier verschillende tuinen. De façade wordt omringd door ingegraveerde blokken met geschriften in verschillende talen, waaronder ook van Plato in het Oudgrieks en een in het Oudpools. De buitenkant van het gebouw is in gepatineerd koper en de groene planten wildernis ‘klimt’ omhoog langs de grote ramen.

Bron: www.holidu.nl

Geen reacties op Vijf bibliotheken als inspiratie voor Zuidas

Het ochtendritueel van Pedro Celli

Pedro Celli (30) komt uit Brazilië, uit Campinas, dat vlak naast Sao Paulo ligt, maar woont al sinds zijn dertiende in Nederland. Hij studeerde International Business in Groningen en is…

Pedro Celli (30) komt uit Brazilië, uit Campinas, dat vlak naast Sao Paulo ligt, maar woont al sinds zijn dertiende in Nederland. Hij studeerde International Business in Groningen en is account executive bij ZOOM, een bedrijf dat communicatie en technologie met elkaar verbindt. Iedere werkdag begint hij om 7 uur met een work-out.

“Sinds ik op de Zuidas werk, heb ik  pas het gevoel ècht aan het werk te zijn. Het is heel  anders dan de grachtengordel, waar ik eerst werkte. pas het gevoel  Het is denk ik de omgeving van het financiële district dat de Zuidas is, waardoor je je veel meer realiseert dat hier business wordt gedaan. Hier gebeurt het.”

“Sinds ik op de Zuidas werk, sta ik vroeg op, om zes uur. Ik ga eigenlijk meteen naar de gym, naar Club Sportive. Om zeven uur doe ik een klasje. Yoga, boksen of HIIT, High Intensity Interval Training. Daarna douche ik en ga ik naar mijn werk. Ik neem een kop koffie, ontbijt en bekijk mijn mails. Dan begint mijn dag.”

“En dat bevalt me veel beter dan in de avonduren te sporten. Ik deed dit een paar keer in de week. Het waren langere sessies en dat is veel zwaarder. Nu kom ik iedere dag met een energiek gevoel op mijn werk, ik ben juist helemaal niet kapot of uitgeput. Bovendien heeft ’s ochtends sporten het voordeel dat mijn vriendin dan ’s avonds naar haar gym kan gaan. En dan kan ik op ons kleine katje passen.”

 

Beeld Katja Mali

Geen reacties op Het ochtendritueel van Pedro Celli

Column: daag jezelf een klein beetje meer uit

Martijn van Herwijnen is co-owner van de maatpakkenwinkel Sarto Undici en schrijft in deze column over de do’s en don’ts voor mannen. Dandy of denim? Het leek zo overzichtelijk: een…

Martijn van Herwijnen is co-owner van de maatpakkenwinkel Sarto Undici en schrijft in deze column over de do’s en don’ts voor mannen.

Dandy of denim? Het leek zo overzichtelijk: een antraciet of blauw pak, gecombineerd met een blauwe of rode das. Altijd goed. Anno 2019 is het anders. 

Als ik over de Zuidas loop, herken ik drie types. Het klassieke driedelige kostuum, bij voorkeur in het grijs. Mannen op leeftijd met vast hele belangrijke banen.

Dan ontmoet je de ‘dandy’, de man met een mooi jasje, chino, bijpassend shirt en mooie accessoires: een fleurig pochet, goed horloge, luxe leren tas. Een man met smaak, die het leuk vindt om er goed uit te zien.

De derde groep is sterk in opkomst: eerst droegen zij gewoon een gewoon pak, maar zijn nu overgestapt op jeans, bij voorkeur bij dat witte of blauwe hemd dat eerst onder zijn pak zat. Misschien zit ik er naast, maar ik denk dat deze man ‘dandy’ een scheldwoord vindt. 

Voor mij, als co-owner van de maatpakkenwinkel Sarto Undici is het duidelijk: dandy is absoluut geen scheldwoord. Het is van oorsprong de benaming van een man die om zijn uiterlijk geeft, maar zich ook niet al te serieus neemt. 

Ons kleedgedrag verandert – is dat erg? Niet per se. Wat wel erg is dat je er niets om geeft hoe je er uit ziet, dat je je pak aan hebt als een buschauffeur. Te lang, te groot, te breed en te kleurloos, zonder fantasie gecombineerd. Of altijd maar een jeans aan met een jasje, het zogenaamde nieuwe uniform. Het kan zoveel beter, het kan zoveel smaakvoller. Hoe makkelijk kun je er niet veel beter uit zien?

Mijn tip voor alle mannen is simpel: daag jezelf een klein beetje meer uit. Een klein beetje meer dandy en veel minder jeans. 

 

Geen reacties op Column: daag jezelf een klein beetje meer uit

De Jonge Dikkert: òp naar een Michelinster

Bij De Jonge Dikkert kon je altijd al terecht voor een mooie lunch of een goed diner, maar sinds begin september ligt de lat een heel stuk hoger. Met een…

Bij De Jonge Dikkert kon je altijd al terecht voor een mooie lunch of een goed diner, maar sinds begin september ligt de lat een heel stuk hoger. Met een nieuwe chef-kok en een nieuwe maître biedt het restaurant nu echt een geweldige gastronomische beleving en ligt een Michelinster in het verschiet.

Topkoks Ron Blaauw en Julius Jaspers hebben er al gegeten en zijn erg enthousiast, dat zegt wel wat. Alle reden dus om zelf te ervaren wat er veranderd is bij restaurant De Jonge Dikkert. Voorheen ging je er naar toe om even lekker te eten, maar vergeet dat ‘even’ maar.

Natuurlijk kun je er nog steeds twee of drie gangen eten. Maar eigenlijk doe je jezelf tekort. Neem iets meer de tijd en kies voor vijf of zes gangen – het chef’s menu,  simpelweg het beste van de kaart – , want dan ervaar je pas de enorme verfijning van de nieuwe menukaart en de meerdere dimensies van de gerechten. Want dat er van alles veranderd is, dat wordt al snel duidelijk. 

Het heeft alles te maken met de komst van topkok Marcel Bonda, afkomstig uit het  hoofdstedelijke sterrenrestaurant Bord’eau in hotel De L’Europe. Als souschef heeft hij  mede bijgedragen aan het behalen van twee Michelinsterren onder de bezielende leiding van Richard van Oostenbrugge en sinds 2018 onder Bas van Kranen. “Ik was er aan toe om chef te zijn en voor een groep te staan. De Jonge Dikkert is een mooie zaak met enorm veel potentie.”

Signatuur

Bonda is klassiek geschoold, heeft door de jaren heen een eigen signatuur ontwikkeld en houdt vooral van puur koken. “Het begint natuurlijk met het product dat van de beste kwaliteit moet zijn. Vervolgens zijn smaak en garing erg belangrijk en daarna laat je je fantasie erop los.” 

En wat hij hiermee bedoelt, wordt wel duidelijk als hij ‘zijn’ zeebaars serveert. De vis is eerst gestoomd in kombu (een soort wier) en vervolgens langzaam gegaard in kelp, waardoor de mineralen en het zout in het vlees trekken. Van de graten is bouillon getrokken, die als saus wordt geserveerd en door het toegevoegde kokkelwater een mooi zilt karakter krijgt. Aan groenten liggen op het bord zeevenkel, zeesla, broccoli, kokkels en zeekraal in een saus van kikkererwten. Het resultaat is ronduit tongstrelend, erg verfijnd en mooi in balans wat verschillenden smaken betreft. 

Lat hoger

Het bijzondere voorgerecht – Bloemkool Beurre Noisette met Pierre Robert, grapefruit en hazelnoot – , het verrukkelijke dessert Puur Caraibe met karamel, bramen en peccannoot en de verschillende amuses doen je beseffen dat de lat echt veel hoger ligt in De Jonge Dikkert. 

“Met Marcel hebben we de Champions League binnengehaald,” zegt Eugène van Angelbeek trots. Met Arjen Kräwinkel is hij eigenaar van restaurant De Jonge Dikkert.  “Marcel wil alleen met de beste producten werken. Brood en boter maken we nu zelf. Hij brengt vooral een enorme passie en drive mee, dat is heel erg inspirerend voor ons allemaal.”

Minder tannine

Naast Marcel Bonda geeft ook Laurence Reintjens nieuw elan aan het bedieningsteam van het restaurant. De maître-sommelier heeft ervaring opgedaan in het Conservatorium hotel en The Dylan en in restaurant Vermeer, alle in Amsterdam. 

“Ik denk dat ik een frissere stijl meebreng. Je ziet trends naar minder zware wijn, minder tannine en meer fruit, en aandacht voor andere wijnlanden, zoals Duitsland. En jongere gasten hebben vaker een voorkeur voor biologische wijnen en willen vooral weten hoe de wijn gemaakt wordt.” Kortom, de wijnkaart van De Jonge Dikkert is ook flink aan het veranderen en wordt meer eigentijds.

“Wat vooral hetzelfde is gebleven, is het authentieke bedrijf dat De Jonge Dikkert is,” vertelt Van Angelbeek. “Een restaurant waar je in het Nederlands bediend wordt, door personeel dat er echt voor opgeleid is en met enorm veel passie z’n vak uitoefent.” Maitre Paul Leeseman, inmiddels 12,5 jaar werkzaam in De Jonge Dikkert, speelt hier een belangrijke rol in. “Ik ken heel veel vaste gasten en zal ze meenemen in de veranderingen van het restaurant. Niet iedereen zal meteen begrijpen dat alle gerechten op de menukaart nieuw zijn. Ik ben er om dat toe te lichten.”

En nog steeds uniek is natuurlijk de ambiance van de oer-Hollandse zaagmolen uit 1672, waar het restaurant in gevestigd is. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig had De Jonge Dikkert een Michelinster. Als het vernieuwde keukenteam ligt, komt deze heel snel weer terug.

 

Restaurant De Jonge Dikkert
Amsterdamseweg 104a
Amstelveen
T 020 – 64 33 3 33
W www.jongedikkert.nl
P gratis parkeren op eigen, ruime parkeerplaats 

 

Openingstijden:

Lunch maandag t/m vrijdag, keuken geopend van 12.00 tot 15.00 uur

Diner maandag t/m zondag, keuken geopend van 18.00 tot 22.00 uur

 

 

Bijschrift: 

Maître-sommelier Laurence Reintjens, chef-kok Marcel Bonda en maître Paul Leeseman (vlnr) voor de molen uit 1672

 

 

Beeld John ten Boer

Reacties uitgeschakeld voor De Jonge Dikkert: òp naar een Michelinster

Gijsbreght-traditie in ere hersteld

Op dezelfde plek waar 382 jaar geleden de Gijsbreght van Aemstel in première ging wordt het stuk weer opgevoerd door Theater Kwast. Hiermee wordt een mooie traditie in ere hersteld….

Op dezelfde plek waar 382 jaar geleden de Gijsbreght van Aemstel in première ging wordt het stuk weer opgevoerd door Theater Kwast.

Hiermee wordt een mooie traditie in ere hersteld. Tussen 1641 en 1968 werd Joost van den Vondels stuk over de mythische heer van Amsterdam, die op Kerstnacht zijn stad probeert te beschermen tegen Kennemers en Waterlanders, rond nieuwjaarsdag in de stadsschouwburg opgevoerd. Een record waar geen enkele West End-productie aan kan tippen.

Van 3 tot en met 5 januari keert Theater Kwast voor het derde jaar op rij met de Gijsbreght terug. Niet in de Stadsschouwburg aan het Leidseplein, maar in hotel The Dylan aan de Keizersgracht, dat op de plek is gebouwd waar het stuk op 3 januari 1638 in première ging.

Op 3 januari opende de eerste Amsterdamse Schouwburg op de Keizersgracht zijn poorten. Rembrandt van Rijn was er bij en legde in vlugge schetsen enkele scènes vast voor het nageslacht. Schetsen die Theater Kwast later zou gebruiken om de originele kostuums na te maken.

Sinds het begin van de 18e eeuw werd een Gijsbreght-opvoering altijd gevolgd door het ludieke naspel De Bruiloft van Kloris en Roosje, een soort mini-operaatje dat bol stond van de gekke tradities. Ook dat naspel wordt weer opgevoerd. Anno 2020 tekenen Ivo de Wijs en Pieter Niewint voor de Nieuwsjaarswensch waarin 2019 door de mangel zal worden gehaald.

De voorstelling wordt van 3 tot en met 5 januari 2020 gespeeld. Kaarten à  € 32,50 kunnen via www.dylanamsterdam.com of https://store.dylanamsterdam.com/nl/gijsbreght/ worden besteld.

Bij de foto:

De oude schouwburg aan de Amsterdamse Keizersgracht 384, gezien vanaf het toneel, circa 1658

 

Reacties uitgeschakeld voor Gijsbreght-traditie in ere hersteld

‘Zuidas is echt een geweldige omgeving’

  Geboren en getogen in India koos Simmer Madan op haar 24-ste voor Londen om er psychologie te gaan studeren en te gaan werken. Als ze haar huidige man er…

 

Geboren en getogen in India koos Simmer Madan op haar 24-ste voor Londen om er psychologie te gaan studeren en te gaan werken. Als ze haar huidige man er tegenkomt, combineert ze dat met een baan in Denemarken, maar sinds drie jaar woont ze for love in Nederland. “Hier blijven we en nergens anders.”

Afgelopen week was Simmer na negen jaar weer even in Londen. “Ik was helemaal shocked! Ik vond het zoveel drukker geworden, er bleven maar stromen mensen uit de metro komen. In Londen was ik twintig minuten kwijt om alleen al van mijn werk naar de metro te komen. Hier ben ik in twintig minuten thuis!”

Simmer kan sowieso nauwelijks een minpunt opnoemen van het leven in Nederland. “De taal is wel moeilijk, dat wel. Wat heel erg helpt, is om in de krant te lezen wat winkels aan producten verkopen of welke huizen te koop zijn. Dan leer je allerlei alledaagse woorden. En ik winkel vaak bij Bol.com, daardoor weet ik wat douchegel is.”

Veel profijt heeft Simmer gehad, vertelt ze, van de inburgering die ze moest volgen door haar huwelijk met haar tot Nederlander genaturaliseerde man. “Toen ik hier met het openbaar vervoer ging, wist ik meteen hoe ik een OV-chipkaart moest gebruiken. En ook hoe je winkelt bij Albert Heijn, heel erg handig!” 

Open minded

Is het Verenigd Koninkrijk vrij hiërarchisch ingesteld, in Nederland zijn mensen open minded, is de ervaring van Simmer. “Iedereen is makkelijk te benaderen, mensen denken heel erg in oplossingen.” Na haar studie psychologie heeft ze een MBA Business en Finance gedaan en werkt ze sinds een jaar als projectmanager in het Atrium bij een bedrijf op het gebied van financiële dienstverlening. 

“Ik vind de Zuidas echt een geweldige omgeving om te werken. Iedereen is vriendelijk tegen elkaar, kent elkaar vaak ook, en dat biedt veel mogelijkheden. En je merkt dat het supercompetitief is, er zijn veel meer mensen dan banen, het is booming.”  

Heel wat rustiger gaat het toe in Amstelveen, waar ze met haar man woont. “We wilden een huis met een tuin, dat lukte niet in Amsterdam. Ook belangrijk: mijn ouders en schoonouders uit India kunnen hier logeren. Verder zitten we 12 minuten van Schiphol, zijn hier veel restaurants en hebben we veel vrienden in de buurt. Nee hoor, we gaan nergens anders meer wonen.”  

 

photo Oona Makes Pictures 

Reacties uitgeschakeld voor ‘Zuidas is echt een geweldige omgeving’

Heidrick & Struggles: corporate excellence

Heidrick & Struggles, één van de meest prominente en toonaangevende executive search bureaus ter wereld, kwam voor een meer representatieve werkomgeving voor z’n  Amsterdamse kantoor uit op het nieuwe NoMa…

Heidrick & Struggles, één van de meest prominente en toonaangevende executive search bureaus ter wereld, kwam voor een meer representatieve werkomgeving voor z’n  Amsterdamse kantoor uit op het nieuwe NoMa gebouw. En kies je als bedrijf voor een toplocatie op de Zuidas, dan moet het interior design van dezelfde kwaliteit zijn.

De Amsterdamse studio Hollandse Nieuwe tekende voor een interieurontwerp dat aansluit bij de dynamiek en het werkproces van de recruiter. En aangezien Heidrick & Struggles naast executive search ook adviesoplossingen, executive coaching en leiderschapsontwikkelingen aanbiedt, is het belangrijk om meteen een goede indruk te maken in het entreegebied. De entree heeft daarom een warme, uitnodigende en kwalitatieve uitstraling ter verwelkoming van oude en nieuwe klanten, alsook van werknemers en partners. 

Vanwege de hoge bezoekersfrequentie heeft het entreegebied een grote diversiteit aan vergadermogelijkheden, die verschillen in schaal en privacy zodat de klant haar bezoekers op maat kan ontvangen. Een houten ruggengraat geldt als scheidingsmuur om de meer open en ontvangende ruimtes af te scheiden van de meer private en stillere werkplekken. Voor medewerkers biedt het de mogelijkheid om rustig te werken, terwijl er aan de andere kant trainingen gegeven worden. 

Photography Hollandse Nieuwe

Reacties uitgeschakeld voor Heidrick & Struggles: corporate excellence

‘Niemand is geïnteresseerd in mij, gasten komen voor een beleving’

Roberto Payer behoort tot de beste hoteliers ter wereld, een prestatie van formaat. Hij heeft niet alleen het Hilton Hotel in Amsterdam op de kaart gezet, maar realiseerde vijf jaar…

Roberto Payer behoort tot de beste hoteliers ter wereld, een prestatie van formaat. Hij heeft niet alleen het Hilton Hotel in Amsterdam op de kaart gezet, maar realiseerde vijf jaar geleden ook nog eens het Waldorf Astoria aan de Herengracht en runt sindsdien beide hotels.

Is er een Italiaan die meer verknocht is aan Amsterdam dan Roberto Payer, de general manager van zowel Hilton Hotel als Waldorf Astoria? Daar is weinig kans op. “Ik heb alles gevonden in Amsterdam. Het is de stad die mij gelukkig heeft gemaakt. In Amsterdam heb ik de liefde gevonden. Of ik ooit terug ga naar Italië? Ik wil begraven worden in Amsterdam!”

Roberto Payer (69) is net terug uit Toscane, waar hij een huis heeft. Italië mag dan het land zijn waar hij geboren is, gemijmer over de geweldige keuken, over de heerlijke wijnen of over het hechte familieleven komt niet over zijn lippen. Hij heeft op zijn negentiende voor Amsterdam gekozen en terug naar Italië hoeft Payer echt niet. “Nee, dat ben ik zeker niet van plan.”

Uitdaging

De vraag over teruggaan naar Italië is niet zo gek: Payer loopt tegen de zeventig en alle grote uitdagingen die op zijn pad kwamen, is hij ook aangegaan. Tegelijkertijd: er komt altijd weer een andere uitdaging. Zoals het afronden van de derde restyling van het Hilton Hotel, sinds hij er in 1992 general manager van werd. “Dit jaar volgt nog de lounge, dan is alles klaar.” 

Of het Waldorf Astoria aan de Herengracht, dat in 2014 opende. “Na zo’n opening kun je stoppen, ja, maar dat vond ik niet fair. Ik wilde ook laten zien dat het vervolgens goed kan draaien, dus ben ik gebleven. En nu gaat in 2021 het Rosewood Hotel in Amsterdam open en ben ik heel benieuwd hoe dat zich verhoudt tot het Waldorf. Dat is mijn grote probleem: er komt altijd weer wat langs. Wanneer moet je stoppen?”

Beste hotelier

Vlak na dit interview vertrekt Payer naar Las Vegas om de verkiezing van de beste hotelier ter wereld bij te wonen. Op uitnodiging van Virtuoso, een netwerk van 1.000 reisbureaus waar 17.500 adviseurs in 35 landen goed zijn voor een omzet van 23,7 miljard dollar in luxe reizen, woont hij het event bij waar tevens het beste hotel wordt gekozen. Uit Amsterdam zijn er behalve Waldorf Astoria ook het Amstel, De L’Europe, The Grand, het Conservatorium Hotel en het Pulitzer vertegenwoordigd. 

“Ik verblijf er drie dagen en heb iedere dag 80 afspraken, plus lunches, aperitief en (gala)diners. Dat is echt hard, maar leuk, werken. Het belangrijkste voor mij is de verkiezing van het beste hotel ter wereld. The best of the best. Dat zou de kroon op mijn carrière zijn. Het Waldorf behoorde al eerder tot de beste vijf; dat is wel leuk, maar niet goed genoeg. Ik ben er een paar weken ziek van geweest. Ik kan totaal niet tegen verliezen, ik wil winnen! Als een gast zegt dat hij het hotel niet goed vindt, kan ik er niet van slapen.” 

Beste vijf hotels

Inmiddels behoort het Waldorf wederom tot de beste vijf hotels van de wereld, maar veel effect op wat hij verder gaat doen, zal het niet hebben. Hij houdt gewoon veel te veel van zijn werk en van Amsterdam om er mee op te houden. Op zijn negentiende kiest hij na de hotelschool in Italië bewust voor Nederland; sinds zijn achtste droomt hij ervan om ooit directeur van een hotel te worden. 

“Ik heb alleen maar leuke dingen in Amsterdam meegemaakt. Toen ik hier kwam in 1969, woonde ik in de Jordaan en kende er de groenteman, de garnalenpelster, de poelier, ik was er kind aan huis. De Jordanezen waren dol op Italianen. Het was fantastisch!”

Culturele opvoeding

Klassieke muziek leert hij kennen door dirigent Bernard Haitink – ‘hij heeft mijn ogen geopend, vooral voor de muziek van Mahler en Bruckner’ –, in het Concertgebouw is hij kind aan huis. Beeldende kunst neemt Payer tot zich in het Stedelijk Museum. “In de jaren zeventig was het Stedelijk voor mij de basis voor mijn culturele opvoeding. Ik was er iedere zondagmiddag te vinden. Nog steeds geldt voor mij dat ik niet kan leven zonder het Concertgebouw, zonder de opera en zonder mijn drie musea: het Rijks, het Van Gogh en het Stedelijk.”

Amsterdam mag Payer dan veel gegeven hebben, hij geeft zelf ook veel terug. De Haringparty in de tuin van het Hilton bijvoorbeeld, elk jaar weer een enorm succes en zijn eigen idee. Of het Tulp Festival, waar hij voorzitter van is. Dan is hij verder nog president-commissaris van kunstbeurs PAN en voorzitter van het Chocoladefestival, benevens diverse andere bestuursfuncties, waaronder bij hotelopleidingen. “Ik heb een relatie en die geeft mij de ruimte om te doen wat ik belangrijk vind; ik vind dat ik iets moet terugdoen voor de gemeenschap.”

Overtuigen

Hij heeft ook een belangrijk aandeel gehad in de komst van het Waldorf Astoria in de stad. Het Hiltonconcern, waar het topluxe hotel onderdeel van is, zag Amsterdam aanvankelijk niet zitten. Payer heeft hen weten te overtuigen. Glunderend: “Het is er door mij gekomen.” 

Het heeft er toe geleid dat welgestelde reizigers eerder Amsterdam aandoen en de gemiddelde luxurygast besteedt al snel vijf- tot tienduizend euro binnen drie dagen. “Dat geven wij ook terug aan Amsterdam.” Lady Gaga, koning Mohammed van Marokko, Keith Richards, Michelle Obama en Leonardo Dicaprio verbleven er, al hoor je dit uiteraard niet uit zijn mond.

Niet consequent

Payer mag dol zijn op Amsterdam, kritiek op zijn stad schuwt hij zeker niet. Al jaren betoogt hij dat Amsterdam een wethouder toerisme zou moeten hebben. “Er gaat 240 miljard euro in het toerisme om en er is niemand die hier echt op stuurt!” En er is meer dat hem dwars zit. “De stad heeft AirBnB toegelaten, maar over de consequenties heeft niemand nagedacht. Amsterdam telt meer dan een miljoen fietsen en die kosten de stad aan weghalen en zo, heel veel geld; laat iedere fietser een tientje betalen en doe hier mooie dingen mee voor de stad. Het ontbreekt aan consequent beleid.” 

Maar voor alles is Payer hotelier in hart en nieren. “Een hotel staat of valt met de sfeer die je creëert. Waarom zijn gasten bereid om 1.200 euro of meer te betalen voor een overnachting in het Waldorf Astoria? Ze komen voor een geweldige ervaring en voor de enorme service. Alles moet kloppen. Ik heb een script, waardoor iedere medewerker precies weet wat er moet gebeuren vanaf het moment dat een gast arriveert in het hotel, tot aan het moment dat hij naar de kamer gaat. Dat is de ultieme service.” 

Vreselijk boos

En voor minder doet het Payer het ook niet. “Ik kan vreselijk boos worden als de portier niet goed opgesteld staat naast de auto van een gast die arriveert. Doe je de deur open, dan sta je rechts; vervolgens laat je de deur los en ga je aan de linker kant staan en houd je je arm tegen de boog van de ingang, om te voorkomen dat de gast z’n hoofd stoot. Gebeurt dat niet, dan spreek ik die medewerker er meteen op aan, en ik wacht niet tot morgenochtend, nee.”

Om dit hoge serviceniveau te realiseren beschikt het Waldorf over 200 medewerkers voor 93 kamers. Ter vergelijk: het Hilton telt 220 medewerkers voor 271 kamers. “Het Hilton is meer een zakelijk hotel, de Zuidas is de kern van onze business.” Elk hotel heeft een andere sfeer. “Ik houd erg van stijl. Ik ben niet geïnteresseerd in trends, die volg ik niet, die gaan dood. Ze duren maximaal 6 of 9 maanden, dan is het over. Restaurant Roberto’s (klassiek Italiaans restaurant in het Hilton hotel-red) bestaat 25 jaar, hoeveel restaurants in Amsterdam kunnen dat zeggen?”

Puur eten

Je zult Payer sowieso niet snel aantreffen in een ander type restaurant. “Ik wil puur eten en niet dat ermee gespeeld wordt. Probeer maar te koken, dat is al moeilijk genoeg. Er zijn niet zoveel koks als onze twee-Michelinsterrenchef Sidney Schutte die echt fantastisch kunnen koken. Ik wil gewoon lekker eten; poespas op het bord interesseert mij niet. Ik ben gek op lever met spek en uitjes, dat eet ik bij Myrabelle (eet- en drinkcafé in Amsterdam-red).” 

Pretenties zijn hem vreemd, zegt hij zelf. “Niemand is geïnteresseerd in mij. Gasten komen voor een beleving. En als directeur ben je in principe niks. Je team bepaalt ieder moment van de dag wie je bent.” Als een echte Italiaanse familie eet het personeel in het Waldorf iedere dag aan één hele grote tafel. “Ik ga zitten waar een plek vrij is en dat kan naast de bordenwasser zijn of het kamermeisje. Die relatie onderhouden vind ik heel erg belangrijk. Ik kan alles tegen hun zeggen, maar tegelijkertijd: kom niet aan mijn team. Dan wordt Roberto Payer een hele vervelende man.”

 

  

 

 

photo Janiek Dam

 

Reacties uitgeschakeld voor ‘Niemand is geïnteresseerd in mij, gasten komen voor een beleving’

Next level loft

Exclusief wonen is ontegenzeggelijk van toepassing op dit appartement op de 14e verdieping van Intermezzo, dat momenteel te koop staat. Van twee appartementen is er één gemaakt, waardoor de afmeting…

Exclusief wonen is ontegenzeggelijk van toepassing op dit appartement op de 14e verdieping van Intermezzo, dat momenteel te koop staat. Van twee appartementen is er één gemaakt, waardoor de afmeting groot en uniek is: 207 m². En daar sluit het spectaculaire en wijdse uitzicht over Amsterdam helemaal op aan. 

Het appartement aan de Leonard Bernsteinstraat ligt op het zuidwesten, is hierdoor erg licht en heeft een uitzicht dat niet belemmerd wordt door andere hoogbouw. En hier kun je helemaal van genieten op het dakterras. 

Het appartement heeft een hoog afwerkingsniveau. Het eetgedeelte en de handgemaakte open woonkeuken zijn uitgerust met alle moderne apparatuur zoals, oven, combi-oven, Quooker, dubbele koelkast en vriezers, koffiemachine, kookplaat, wijn(klimaat)kast. Het kookeiland en de wand zijn van Italiaans Arebescato Gold marmer. Het aanrechtblad is gemaakt van Belgisch hardsteen. 

De zeer ruime en lichte living met toegang naar het terras, heeft uitzicht op de Zuidas en De Boelelaan. Door het gehele penthouse ligt een eikenhouten vloer in Hongaarse punt.

De master bedroom, met openslaande dubbele deuren, heeft aangrenzend een halfopen  badkamer met ligbad, inloopdouche, dubbele wastafelmeubel, wc en een spectaculaire dressing room. 

Naast de master bedroom met badkamer en suite, zijn nog twee ruime slaapkamers met een gedeelde royale badkamer met een inloop douche. In de ondergrondse inpandige garage zijn twee privé parkeerplaatsen naast elkaar. Vraagprijs: € 2.250.000,- k.k.

 

Voor informatie: www.engelvoelkers.com/amsterdam, tel. +31 (0)20-2252736

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Next level loft

Taminiau op PAN

Tijdens de 33ste editie van PAN Amsterdam, die dit jaar van 24 november tot en met 1 december in de RAI plaatsvindt, is een expositie te zien waarin werk en…

Tijdens de 33ste editie van PAN Amsterdam, die dit jaar van 24 november tot en met 1 december in de RAI plaatsvindt, is een expositie te zien waarin werk en belevingswereld van Nederlands’ gevierde ontwerper Jan Taminiau centraal staat.

Het is de eerste keer dat de beurs voor kunst, antiek en design deze opdracht geeft aan een couturier. In de tentoonstelling ‘De wereld van Jan Taminiau’ zoekt de ontwerper, die geroemd wordt om het gebruik van traditionele technieken in hedendaagse ontwerpen, de dialoog met de kunst van de beurs.

Taminiau maakt een met de hand beschilderd en met kralen en pailletten bewerkt doek. De voorstelling bestaat uit bomen die verwijzen naar de vermaarde Gobelin en kleurvlakken die refereren aan het modernisme van Bauhaus. 

PAN Amsterdam geeft sinds 2016 de opdracht aan kunstenaars om hun visie op de beurs te vertalen in beeld. Opeenvolgend werd samenwerkt met de fotografen Eva Roovers, Koen Hauser en Erwin Olaf. Zo’n 40.000 kunstliefhebbers komen op de beurs af.

De jaarlijkse beurs voor kunst, antiek en design biedt zowel verzamelaars, incidentele kopers als starters op de kunstmarkt een gevarieerde keuze uit vele duizenden kunstvoorwerpen. 110 handelaren bieden het beste dat te koop is op de Nederlandse kunstmarkt. Met topcollecties biedt de beurs in een eigentijds design een mix en match van schoonheid en kwaliteit.

 

Reacties uitgeschakeld voor Taminiau op PAN

Typ hieronder je zoekterm en druk op Enter om te zoeken